watermelon
Waarom je niet bang hoeft te zijn voor kunstmatige intelligentie

Blijft de meest geavanceerde supercomputer ooit de macht in handen houden?

Het heeft enorm lang geduurd, maar inmiddels is de meest geniale computer ooit een vanzelfsprekendheid. Hij kan beelden lezen, interpreteren en razendsnel een reactie geven. Hij kan zich levendige herinneringen voor de geest halen, en met dezelfde levendigheid een toekomstscenario inbeelden. Hij kan vloeiende gesprekken voeren – soms in meerdere talen – autorijden, schaken, lezen, koken, schrijven, kunst maken en plots besluiten dat hij de wereld gaat overnemen. Inmiddels hebben deze supercomputers de controle over ruim 7,5 miljard mensen overgenomen.

Ons brein is het meest geavanceerde stukje software dat de wereld tot nu toe heeft gekend. Toch dreigen we ons monopolie op slimheid kwijt te raken. Kunstmatige intelligentie is volop in ontwikkeling. Een computer kan sommige taken al beter dan een mens. Wat als de computer plots besluit dat de mens overbodig is?

Deze denkbeelden komen voort uit films zoals The Matrix en Ex Machina, waarin de computer de mens te slim af is. Het vreemde gevolg: we stellen het niveau van kunstmatige intelligentie minimaal gelijk aan menselijke intelligentie. Daaruit ontstaat een nieuwe angst. Tot wat is een computer in staat als hij even slim of slimmer is dan de mens? Toch is het onlogisch om te vrezen voor wereldoverheersing van kunstmatige intelligentie.

Om te begrijpen waarom deze angst voor kunstmatige intelligentie irrationeel is, plaatsen we de technologie in perspectief. Je kunt namelijk niet spreken van één soort kunstmatige intelligentie, maar van meerdere niveaus.

Beperkte kunstmatige intelligentie

Als we het nu over kunstmatige intelligentie hebben, spreken we meestal van beperkte kunstmatige intelligentie (‘narrow artificial intelligence’). Dit is kunstmatige intelligentie die heel goed is in het uitvoeren van één specifieke taak. Gezichtsherkenningssoftware is bijvoorbeeld heel goed in het herkennen van gezichten.

Vorig jaar versloeg AlphaGo, een kunstmatige intelligentie van Google, de beste menselijke speler in het Aziatische bordspel go. Hoewel de regels van go eenvoudig zijn, zijn er zoveel bordcombinaties mogelijk, dat het spel onmogelijk in computerregels te vangen is. Door middel van kunstmatige intelligentie kon AlphaGo zichzelf aanleren om go te spelen. De overwinning van een computer op een mens werd gezien als een doorbraak op het gebied van kunstmatige intelligentie. De hoeveelheid aan bordcombinaties zorgt er namelijk voor dat mensen ook op gevoel spelen. Een computer zou deze intuïtie toch nooit kunnen evenaren?

Een doorbraak, maar uiteindelijk gaat AlphaGo de wereld niet overnemen. Elke andere simpele andere taak is voor de computer namelijk onmogelijk uit te voeren. Vraag je AlphaGo om een kat van een hond te onderscheiden, dan vindt hij dat waarschijnlijk knap lastig. Beperkte kunstmatige intelligentie kan één taak dus enorm goed uitvoeren, zelfs beter dan een mens, maar kan de veelzijdigheid van het menselijk brein nooit evenaren.

Algemene of sterke kunstmatige intelligentie

Nu komen we dichter in de buurt van menselijke intelligentie. Algemene of sterke kunstmatige intelligentie (‘artificial general intelligence’ of ‘strong artificial intelligence’) is bekwaam in meerdere menselijke vaardigheden.

Deze vorm van kunstmatige intelligentie zien we vaak terug in Hollywoodfilms. Denk bijvoorbeeld aan C-3PO uit Star Wars. Deze goudkleurige robot kan niet alleen verschillende talen spreken, maar ook lopen als een mens (wat nog knap lastig is). Tot nu toe is het de mens nog niet gelukt om algemene kunstmatige intelligentie te ontwikkelen. Yann LeChun, die bij Facebook onderzoek doet naar kunstmatige intelligentie, zei onlangs nog in een interview met The Verge, dat de huidige algemene kunstmatige intelligentie ‘niet eens in de buurt komt van de intelligentie van een rat’.

Omdat het programmeren van een kunstmatige intelligentie die goed is in één taak al lastig is, kun je je voorstellen dat algemene kunstmatige intelligentie nog ver weg is. Vergelijk dat eens met ons menselijk brein. Allerlei taken zijn voor ons vanzelfsprekend, terwijl een computer er grote moeite mee heeft. Bovendien kan een volwassen mens relatief eenvoudig (de basis van) bepaalde vaardigheden aanleren. Denk aan autorijden, schaken of het spelen van een spel. Bovendien bezitten mensen ook abstracte vaardigheden, zoals creatief denken.

Voordat een beperkte kunstmatige intelligentie een vaardigheid aanleert, moet hij eerst geprogrammeerd worden om die vaardigheid te leren. Het beheersen van allerlei vaardigheden is bovendien niet genoeg voor een sterke kunstmatige intelligentie. De computer moet net als mensen ook (zelf)bewust zijn en emoties kunnen voelen.

Experts zijn verdeeld over de mogelijkheden van technologie. De toekomst moet uitwijzen of het überhaupt mogelijk is om een beperkte kunstmatige intelligentie te maken die daadwerkelijk zelfbewust is en emoties kan voelen, in plaats van te doen alsof. Pas daarna kunnen de verschillende vaardigheden samengevoegd worden tot één sterke algemene of sterke kunstmatige intelligentie.

Kunstmatige superintelligentie

Algemene kunstmatige intelligentie is nog ver weg en wordt misschien nooit bereikt. Toch is er een volgende stap in de technologie: kunstmatige superintelligentie (‘artificial super intelligence’). Dit is het moment waarop een kunstmatige intelligentie de mens overstijgt op allerlei gebieden. Hij is niet alleen slimmer, maar ook creatiever en socialer dan de mens.

Omdat het creëren van een sterke kunstmatige intelligentie nog ver weg is, geldt dat uiteraard ook voor een kunstmatige superintelligentie. De vraag hoe we deze technologie in toom kunnen houden, is daarom vooral een gedachte-experiment.

Eén theorie om de ene, ware superintelligentie te beheren, is dat een kunstmatige superintelligentie niet één computer is, maar een netwerk van computers. Die computers kunnen elkaar allemaal in de gaten houden. Zo kan mens profiteren van de voordelen van een kunstmatige superintelligentie, terwijl het systeem zo ontworpen is dat het continu checks and balances uitvoert.

Conclusie

Op filosofische redenen na, is er vooralsnog geen reden om te vrezen dat kunstmatige intelligentie de wereld overneemt. Ook algemene kunstmatige intelligentie is nog ver weg, zelfs als die van lage kwaliteit is. De huidige kunstmatige intelligentie, zoals de chatbot van Watermelon, is heel goed in het uitvoeren van één taak. We hoeven daarom niet te vrezen dat zo’n computer morgen besluit om de wereld over te nemen.

Dat betekent dat wij mensen de aarde vooralsnog blijven domineren als de meest geavanceerde wandelende supercomputers. Het is niet voor niets dat we de huidige kunstmatige intelligentie nog steeds moeten trainen. Zonder menselijke input is ook de chatbot van Watermelon nergens.

In dit artikel haalt Stefan nog meer misverstanden over kunstmatige intelligentie aan. Hij gaat daar ook in op een ander aspect van robots die de macht grijpen, namelijk het gebrek aan motivatie.

Benieuwd naar onze chatbot technologie?

Gerelateerde artikelen